Kerstnachtviering 2006
Katharsis verzorgde samen met een gelegenheidskoor op kerstavond om 23:00u de kerstnachtviering in de Petrus en Paulus kerk in Tilburg.
Names alle leden van Katharsis en van het gelegenheidskoor van de Petrus en Paulus parochie wensen wij u een zalig Kerstfeest en alle goeds voor 2007.
Hieronder vindt u de teksten van de kerstnachtviering die niet in het misboekje staan afgedrukt. Lees verder...
Openingsgebed
Eerste lezing
Magnificat
Voorbeden
Gebed over de gaven
Slotgebed
Klik hier voor de foto's.
Voorganger:
Goede God,
Op deze kerstnacht zoeken we
het heldere licht van de morgenster
We komen hier bij elkaar
om onze duisternis in te ruilen
voor het licht dat nooit meer dooft.
Allen:
Wijs ons dan die ster, dit uur,
verlicht, en verwarm onze ziel
ook daar, waar de zon
nog nooit over is opgegaan.
Dat vragen wij U door Christus, onze Heer,
die vandaag mens geworden is,
Amen.
Hoe Maria hoorde dat zij de moeder van Jezus zou worden.
(De cursieve tekst is genomen uit het evangelie volgens Lucas; de andere teksten zijn bedoeld ter ondersteuning van de meditatie)
Inleiding
Lang geleden kwam de engel Gabriël bij Maria om haar te vertellen, dat zij de moeder van Jezus zou worden. Terwijl de engel bij haar was, zat er een mus op de vensterbank. Ze hadden hem niet gezien. Eigenlijk was hij ook liever meteen weggevlogen. Maar toen hij hoorde wat de engel zei, begon zijn mussenhartje sneller te kloppen. Hij bleef stokstijf zitten, tot de engel verdwenen was.
In de zesde maand zond God de engel Gabriël naar een stad in Galilea, Nazaret, naar een jonge vrouw die verloofd was met een man die Jozef heette en afstamde van David. De naam van deze vrouw was Maria. Gabriël ging haar huis binnen en zei: “Gegroet, Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je.”
De mus kon zijn ogen en oren niet geloven. De engel Gabriël, die God er wel vaker op uit stuurde, kwam het huis van Maria binnen. In Nazaret, een onaanzienlijk stadje in Galilea, het land van de heidenen. Daar kon je eigenlijk niets goeds van verwachten. Maar Gabriël zegt iets heel anders: je bent begenadigd, Maria, God staat aan jouw kant.
Zij schrok bij het horen van zijn woorden en vroeg zich af wat die begroeting te betekenen had. Maar de engel zei tegen haar: “Vrees niet, Maria, want je hebt genade gevonden bij God. Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren die je Jezus moet noemen. Hij zal een groot man worden en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd. God de Heer zal hem de troon van zijn vader David schenken. Tot in eeuwigheid zal hij koning zijn over het huis van Jakob en aan zijn koningschap zal geen einde komen.”
Maria schrikt ervan en weet niet hoe ze het heeft. Begenadigd? En God aan haar kant? Gabriël herkent dit. Als de hemel opengaat, worden mensen bang. “Vrees niet”, zegt hij tegen Maria, “je staat bij God in de gunst. Hij wil je vriend zijn. De zoon die je zult krijgen, moet je Jezus noemen. Dat betekent zoveel als: ‘God geeft ruimte’. En dat gaat hij waarmaken. Koning zal hij zijn maar anders dan jullie tot nu toe gewend waren. Zijn koningschap zal het volk voor altijd geborgen laten zijn.”
En de mus kreeg ineens door wat hij nu meemaakte. Hij was zo blij dat het hem moeite kostte om niet te gaan tjilpen.
Maria vroeg aan de engel: “Hoe zal dat gebeuren? Ik heb immers nog nooit gemeenschap met een man gehad.” De engel antwoordde: “De heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken. Daarom zal het kind dat geboren wordt, heilig worden genoemd en Zoon van God. Luister, ook je familielid Elisabet is zwanger van een zoon, ondanks haar ouderdom. En al heette zij onvruchtbaar te zijn, nu is zij al in haar zesde maand. Want voor God is niets onmogelijk.”
Maria zegt: “Hier snap ik niks van. Hoe kan dat nou: zwanger worden zonder dat er een man aan te pas komt?” “Dat is nog eens een scherpe vraag,” denkt de mus, “ik ben benieuwd wat die engel nu gaat zeggen.”
En de engel geeft Maria antwoord. “Dit zijn dingen van God,” zegt hij. “Geen mens krijgt zoiets op eigen kracht voor elkaar. Dat je zo’n zoon krijgt, is een geschenk van de Allerhoogste. Je mag hem dan ook best Zoon van God noemen.”
Maria zei: “De Heer wil ik dienen. Laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.” En de engel ging van haar heen.
Maria geeft zich over. Al snapt ze er nog steeds niets van, ze doet mee in het grote verhaal van God met mensen. Ze voelt dat het goed zit. Ze vertrouwt op Hem, kun je zeggen.
Behalve de engel, gaat ook de mus nu weg. Hij slaat zijn vleugeltjes uit om iedereen het grote nieuws te gaan vertellen dat hij gehoord heeft.
En Maria kan voluit de lofzang zingen die nu ook hier mag klinken:

Ik zing van ganser harte voor de Heer,
ben opgetogen om mijn God en Redder.
Want hij had oog voor mij, zijn dienares,
maar wie ben ik dat Hij mij heeft gevraagd.
Nu mag ik mij voortaan gelukkig prijzen,
dat Hij zo grote dingen aan mij deed.
En alle eeuwen stemmen met mij in,
de Heer is machtig en zijn naam is heilig.
Iedere tijd opnieuw gaat zijn genade,
naar allen die eerbiedig met Hem leven.
Genade is zijn kracht, maar alle hoogmoed,
al onze eigenwaan ontmaskert Hij.
Alle machthebbers stoot Hij van hun tronen,
arme en kleine mensen maakt Hij groot.
Wie honger hebben geeft Hij overvloed,
de rijken stuurt Hij heen met lege handen.
Altijd is Hij zijn woord nog trouw gebleven,
altijd bezorgd om Israël zijn dienstknecht.
Zo had Hij het beloofd aan onze Vaderen,
nu en altijd, door al de eeuwen. Amen

Goede God,
In de kerstnacht waren de herders getuigen van een groot wonder dat alles zou veranderen. Help ons om werkelijk geraakt te worden door het wonder van Jezus’ geboorte, ook al is het donker in ons hart. Dat we beseffen hoe begenadigd we zijn om Hem te mogen ontvangen en ervaren, telkens weer.
Acclamatie:

Goede God,
De engelen braken de hemel open en getuigden van een nieuw Licht.
Geef ook ons de kracht om de belofte van het Kerstkind waar te maken en te werken aan een wereld van vrede, gerechtigheid en liefde.
Acclamatie
God,
Vandaag vieren wij dat er een mens onder ons kwam die liet zien dat mededogen en barmhartigheid sterker zijn dan wraak en vergelding.
Geef ons kracht om onze angst en wantrouwen te overwinnen en om elkaar, in de geest van Christus, met open hart tegemoet te treden.
Acclamatie
Heer, aanvaard deze gaven van brood en wijn
als een teken van onze dankbaarheid
en van onze liefde tot U.
Want U hebt ons het eerst bemind
in Jezus Christus, uw mensgeworden Zoon,
die met U leeft in eeuwigheid.
God, Allerhoogste,
uw grootheid en uw liefde voor ons,
zijn nauwelijks te bevatten.
U zond uw dierbare Zoon naar de aarde
om hem geboren te laten worden als mens.
Een mens, klein en kwetsbaar, als wij.
Maar déze mens zou ons de weg wijzen,
de weg naar U terug.
Deze mens, als teken van uw liefde en trouw.
Is het waar, wat geschreven staat?
Dat U ons zó lief heeft gehad?
Hoe moet ik het begrijpen,
hoe kan ik het begrijpen?
God,
Help mij zijn als Maria.
Niet-begrijpend, maar toch vol overgave.
Vertrouwend op U, bewust van Uw genade,
van Uw liefde en trouw.
Dat wij het kunnen ontvangen en bewaren in ons hart.
Amen
Names alle leden van Katharsis en van het gelegenheidskoor van de Petrus en Paulus parochie wensen wij u een zalig Kerstfeest en alle goeds voor 2007.
Hieronder vindt u de teksten van de kerstnachtviering die niet in het misboekje staan afgedrukt. Lees verder...
Klik hier voor de foto's.
Openingsgebed
Voorganger:
Goede God,
Op deze kerstnacht zoeken we
het heldere licht van de morgenster
We komen hier bij elkaar
om onze duisternis in te ruilen
voor het licht dat nooit meer dooft.
Allen:
Wijs ons dan die ster, dit uur,
verlicht, en verwarm onze ziel
ook daar, waar de zon
nog nooit over is opgegaan.
Dat vragen wij U door Christus, onze Heer,
die vandaag mens geworden is,
Amen.
Eerste lezing: meditatie bij Lucas 1, 26–39
Hoe Maria hoorde dat zij de moeder van Jezus zou worden.
(De cursieve tekst is genomen uit het evangelie volgens Lucas; de andere teksten zijn bedoeld ter ondersteuning van de meditatie)
Inleiding
Lang geleden kwam de engel Gabriël bij Maria om haar te vertellen, dat zij de moeder van Jezus zou worden. Terwijl de engel bij haar was, zat er een mus op de vensterbank. Ze hadden hem niet gezien. Eigenlijk was hij ook liever meteen weggevlogen. Maar toen hij hoorde wat de engel zei, begon zijn mussenhartje sneller te kloppen. Hij bleef stokstijf zitten, tot de engel verdwenen was.
In de zesde maand zond God de engel Gabriël naar een stad in Galilea, Nazaret, naar een jonge vrouw die verloofd was met een man die Jozef heette en afstamde van David. De naam van deze vrouw was Maria. Gabriël ging haar huis binnen en zei: “Gegroet, Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je.”
De mus kon zijn ogen en oren niet geloven. De engel Gabriël, die God er wel vaker op uit stuurde, kwam het huis van Maria binnen. In Nazaret, een onaanzienlijk stadje in Galilea, het land van de heidenen. Daar kon je eigenlijk niets goeds van verwachten. Maar Gabriël zegt iets heel anders: je bent begenadigd, Maria, God staat aan jouw kant.
Zij schrok bij het horen van zijn woorden en vroeg zich af wat die begroeting te betekenen had. Maar de engel zei tegen haar: “Vrees niet, Maria, want je hebt genade gevonden bij God. Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren die je Jezus moet noemen. Hij zal een groot man worden en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd. God de Heer zal hem de troon van zijn vader David schenken. Tot in eeuwigheid zal hij koning zijn over het huis van Jakob en aan zijn koningschap zal geen einde komen.”
Maria schrikt ervan en weet niet hoe ze het heeft. Begenadigd? En God aan haar kant? Gabriël herkent dit. Als de hemel opengaat, worden mensen bang. “Vrees niet”, zegt hij tegen Maria, “je staat bij God in de gunst. Hij wil je vriend zijn. De zoon die je zult krijgen, moet je Jezus noemen. Dat betekent zoveel als: ‘God geeft ruimte’. En dat gaat hij waarmaken. Koning zal hij zijn maar anders dan jullie tot nu toe gewend waren. Zijn koningschap zal het volk voor altijd geborgen laten zijn.”
En de mus kreeg ineens door wat hij nu meemaakte. Hij was zo blij dat het hem moeite kostte om niet te gaan tjilpen.
Maria vroeg aan de engel: “Hoe zal dat gebeuren? Ik heb immers nog nooit gemeenschap met een man gehad.” De engel antwoordde: “De heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken. Daarom zal het kind dat geboren wordt, heilig worden genoemd en Zoon van God. Luister, ook je familielid Elisabet is zwanger van een zoon, ondanks haar ouderdom. En al heette zij onvruchtbaar te zijn, nu is zij al in haar zesde maand. Want voor God is niets onmogelijk.”
Maria zegt: “Hier snap ik niks van. Hoe kan dat nou: zwanger worden zonder dat er een man aan te pas komt?” “Dat is nog eens een scherpe vraag,” denkt de mus, “ik ben benieuwd wat die engel nu gaat zeggen.”
En de engel geeft Maria antwoord. “Dit zijn dingen van God,” zegt hij. “Geen mens krijgt zoiets op eigen kracht voor elkaar. Dat je zo’n zoon krijgt, is een geschenk van de Allerhoogste. Je mag hem dan ook best Zoon van God noemen.”
Maria zei: “De Heer wil ik dienen. Laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.” En de engel ging van haar heen.
Maria geeft zich over. Al snapt ze er nog steeds niets van, ze doet mee in het grote verhaal van God met mensen. Ze voelt dat het goed zit. Ze vertrouwt op Hem, kun je zeggen.
Behalve de engel, gaat ook de mus nu weg. Hij slaat zijn vleugeltjes uit om iedereen het grote nieuws te gaan vertellen dat hij gehoord heeft.
En Maria kan voluit de lofzang zingen die nu ook hier mag klinken:
Magnificat (Lofzang van Maria)

Ik zing van ganser harte voor de Heer,
ben opgetogen om mijn God en Redder.
Want hij had oog voor mij, zijn dienares,
maar wie ben ik dat Hij mij heeft gevraagd.
Nu mag ik mij voortaan gelukkig prijzen,
dat Hij zo grote dingen aan mij deed.
En alle eeuwen stemmen met mij in,
de Heer is machtig en zijn naam is heilig.
Iedere tijd opnieuw gaat zijn genade,
naar allen die eerbiedig met Hem leven.
Genade is zijn kracht, maar alle hoogmoed,
al onze eigenwaan ontmaskert Hij.
Alle machthebbers stoot Hij van hun tronen,
arme en kleine mensen maakt Hij groot.
Wie honger hebben geeft Hij overvloed,
de rijken stuurt Hij heen met lege handen.
Altijd is Hij zijn woord nog trouw gebleven,
altijd bezorgd om Israël zijn dienstknecht.
Zo had Hij het beloofd aan onze Vaderen,
nu en altijd, door al de eeuwen. Amen

Voorbeden
Goede God,
In de kerstnacht waren de herders getuigen van een groot wonder dat alles zou veranderen. Help ons om werkelijk geraakt te worden door het wonder van Jezus’ geboorte, ook al is het donker in ons hart. Dat we beseffen hoe begenadigd we zijn om Hem te mogen ontvangen en ervaren, telkens weer.
Acclamatie:

Goede God,
De engelen braken de hemel open en getuigden van een nieuw Licht.
Geef ook ons de kracht om de belofte van het Kerstkind waar te maken en te werken aan een wereld van vrede, gerechtigheid en liefde.
Acclamatie
God,
Vandaag vieren wij dat er een mens onder ons kwam die liet zien dat mededogen en barmhartigheid sterker zijn dan wraak en vergelding.
Geef ons kracht om onze angst en wantrouwen te overwinnen en om elkaar, in de geest van Christus, met open hart tegemoet te treden.
Acclamatie
Gebed over de gaven
Heer, aanvaard deze gaven van brood en wijn
als een teken van onze dankbaarheid
en van onze liefde tot U.
Want U hebt ons het eerst bemind
in Jezus Christus, uw mensgeworden Zoon,
die met U leeft in eeuwigheid.
Slotgebed
God, Allerhoogste,
uw grootheid en uw liefde voor ons,
zijn nauwelijks te bevatten.
U zond uw dierbare Zoon naar de aarde
om hem geboren te laten worden als mens.
Een mens, klein en kwetsbaar, als wij.
Maar déze mens zou ons de weg wijzen,
de weg naar U terug.
Deze mens, als teken van uw liefde en trouw.
Is het waar, wat geschreven staat?
Dat U ons zó lief heeft gehad?
Hoe moet ik het begrijpen,
hoe kan ik het begrijpen?
God,
Help mij zijn als Maria.
Niet-begrijpend, maar toch vol overgave.
Vertrouwend op U, bewust van Uw genade,
van Uw liefde en trouw.
Dat wij het kunnen ontvangen en bewaren in ons hart.
Amen

0 reacties:
Plaats een reactie